De Oude Doos

Loonw. Vande Vyvere Antoon – Zandvoorde

Met dank aan Aurel Vande Vyvere.

DEEL 2

De naam Vande Vyvere is een bekende naam in landbouw- en loonwerkersmiddens, niet alleen omwille van de vele bedrijven met deze naam, maar vooral door de omvang van één bedrijf in het bijzonder, namelijk dat van Vande Vyvere uit Zandvoorde nabij Zonnebeke. Het is niet alleen bekend in de eigen regio maar ook ver buiten de provinciegrenzen door de overname van een loonbedrijf in het Oost-Vlaamse Everbeek.

Het verhaal start met stamvader Aloïs Vande Vyvere, samen met zijn kroost bestaande uit één dochter ( Maria ) en vijf zonen ( Albert, André, Antoon, Fritz en Valere ) woonachtig in het dorpje Marialoop nabij Meulebeke. Samen baatte men een landbouwbedrijf uit.

Hoe kunnen we de reeks beter starten dan meteen uit te pakken met de indrukwekkendste foto vanuit deze meer dan 300-delige fotoreeks. We keren terug naar het jaar 1922 wanneer de eerste trekker verschijnt op het bedrijf van Aloïs Vande Vyvere. Een imposante zelfbouwtrekker werd er geconstrueerd, het kloppend hart was een 2 tact 3-cilinder Moës diesel motor van 30 pk, het onderstel was afkomstig van een Case trekker.

Aloïs Vande Vyvere in 1930 aan het poseren bij zijn Lanz Bulldog HR-2.

De Lanz Bulldog HR-2 met Emiel Lammertyn ‘preus lik veertig’ op het achterwiel.

De voltallige familie Vande Vyvere in 1931 op hun hoeve te Marialoop.

Aloïs en de kinderen bij de tarweoogst van 1931.

Na het pikbinden werden de schoven binnen gehaald door vader Aloïs en zoon Albert.

Het binnen halen van de aardappelenoogst begin jaren 30, met links Antoon en vervolgens Valere en Albert.

Antoon aan het werk met hun maalderij in 1932.

Antoon op zijn zondags, de boog kon niet altijd gespannen staan.

Inhalen van hooi gebeurde in 1933 door André, Antoon, Fritz en Valere.

De suikerbietenoogst in 1933 door respectievelijk André, Fritz, Valere en Albert.

De nieuwe drijvende kracht van de Flother dorstkast, een Lanz Bulldog HR-4 in 1933.

André en Fritz in het jaar 1934 aan het maaien gegaan met de maaibalk achter hun 2 paarden.

Een vieruurtje nuttigen met de familie op de vlashaard in 1935.

Aloïs Vande Vyvere bij de inhuldiging als deken ter ere van Sint-Elooi Boerengilde in 1935.

Sint-Elooi is een patroonheilige van de edelsmeden en de landbouwers, is in de regio vooral bekend voor het groots volksfeest dat elk jaar in zijn naamdag plaats vindt.
Al jarenlang is de naamdag van Sint-Elooi een aanleiding om feest te vieren.

Het gebruik stamt uit het landbouwersmilieu: de oogst was binnen en voor het einde van het jaar kwamen de boeren bijeen voor een jaarlijkse uitspatting.

Bij de Sint-Elooi feesten kon het er al eens wat losser aan toe gaan. Zoals hier ‘ In’t Kelderken bij den lustegen dronkaard ‘

Een typisch gebouw uit die tijd, de aardappelenkelder met het hondenhok ernaast in 1935.

Ook iets uit die tijd, een rosmolen , de kleine hekeldorser of ook wel kop- of pindorser genoemd, was bij uitstek de machine voor de kleinere boer.

De vijf gebroeders aan het pikbinden in 1936 met een koppel paarden aan de pikbinder.

Men moest ook het vlas slijten in 1936.

Frits Vande Vyvere en Simonne Spiessens samen aan het poseren bij de pers.

Antoon en Jozef Vandesompele bij een Claeys motor van 25 pk in 1937.

Valere was een motorliefhebber en had dan ook een knappe moto in zijn bezit. Deze knappe 4-cilinder F.N. moto, waarmee hij in 1937 het ook al eens aandurfde om er de moestuin mee te rollen, dit tijdens het nuttigen van een pijp.

Ook Antoon was eveneens een motorliefhebber, we zien hem hier op zijn Sarolea moto van 350 CC in 1938.

Hun 4-cilinder Hanomag AR 38 van 38-pk in 1939.

De Flother dorskast van Aloïs volop aan het draaien in 1946.

Achter de Flother dorskast werd een Claeys pers geplaatst.

De enthousiaste crew.

Het is uiteindelijk vooral zoon Antoon die de microbe te pakken kreeg van alles wat met landbouwmechanisatie te maken had. De dorsonderneming van de toen 35-jarige Antoon Vande Vyvere is dan ook ontstaan in 1946, na het opkopen van een maalderij te Zandvoorde. Er werd er gestart met dorsen door één Claeys en twee Excelsior dorskasten en voor persen van het stro deed men beroep op drie Hoflack persen. De dorskasten werden ook al omgebouwd met een blaasbuis waardoor niet alles meer op zakken hoefde getrokken te worden. Hieronder kan je duidelijk de blaasbuis waarnemen.

De Claeys dorskast in volle productie.

Schafttijd!

In 1948 zagen we ook hier een Lanz Bulldog HR4 verschijnen om de dorskast aan te drijven.

Ook Antoon trok erop uit met dorskasten, zoals deze Exelsior dorskast die hier te zien is in 1950.

Een eerste maaidorser kwam er in 1951. Dit wel nog een getrokken variant.

De grote doorbraak in het loonwerk kwam er in 1952 met de aankoop van een Claeys MZ. Hiervan werden in de eerste oplage slechts 25 stuks gebouwd, waarvan 4 voor de Belgische markt. Eén van deze vier was bestemd voor Antoon Vande Vyvere. De factuur voor een dergelijke maaidorser bedroeg toen zo een slordige 305.000 Belgische franken.

De ingangstelling van de machine gebeurde door de technici van werkhuizen Leon Claeys uit Zedelgem. Dit gebeurde op het veld van de toekomstige burgemeester van Zandvoorde Maurice Menu. Die in 1966 de laatste burgemeester werd van het zelfstandige Zandvoorde want vier jaar later volgde de fusie met Geluveld. Antoon was dan terecht trots dat hij eigenhandig het stuur van de Claeys MZ in handen kon nemen. Hij moet er ook de smaak goed te pakken hebben gekregen voor deze Claeys maaidorsers. Want de Claeys MZ werd uiteindelijk de eerste maaidorser van de tientallen Claeys – Clayson – New Holland maaidorsers die Antoon en later ook Aurel zullen aankopen.

In 1953 werd pastoor Albert Lernout ingehuldigd te Zandvoorde, hiervoor werd een kleurrijke georganiseerd, ook de familie Vande Vyvere droegen hun steentje bij. De van Belgische oorsprong, Vandezande trekker werd gepimpt, alsook de Claeys dorskast werd omgetoverd tot een prachtige praalwagen. We zien hier dan ook André Cuvelier en Antoon Vande Vyvere fier pronken bij hun combinatie die in de stoet ging meerijden.

De Claeys MZ tijdens de stoet in 1953.

Zoals het opschrift luidde : ‘ In Zandvoorde woont menig boer. Zy gaan vandaag met u op toer. Hier is Antoine Vandevyver. Hy pikdorst voor hen met yver. T’is nu wel niet t’seizoen. Maar toch wil hy iets doen. Wees welkom in ons midden en wil gy voor ons bidden. ‘

Wat later werd ook één van de eerste tractoren van Antoon eens ingezet voor een praalwagen. Dit was eveneens een trekker van Belgische makelij, namelijk een ABC trekker.

Ook een Fordson E27N of beter bekend als een ‘Blauwe Reiger’ moest er aan geloven om even door de straten te paraderen.

Ook paarden konden er niet op ontbreken natuurlijk.

Ook deze Deutz F3M417 uit 1950 die mee instond voor het aandrijven van de dorskasten was destijds een streling voor het oog.

Een bedrijfsbezoek met verschillende loonwerkers aan het moederbedrijf van Claas in het Duitse Harsewinkel in Februari 1957.

Willy Maes en Roger Deketelaere op de Claeys M 103 opzakker in 1959, dit was eveneens de eerste Claeys M103 voor het bedrijf Vande Vyvere.

Ook voor het zaaien -en hakselen van mais was men goed uitgerust met op een gegeven moment maar liefst 4 zaaimachines en 3 hakselploegen. Oorspronkelijk werd er in 1964 gestart met hakselen door een Lundell-hakselaar. Hiermee klepelde men klaver. Niet veel later volgde dan nog een tweede Lundell met een vaste maisbek. Deze Engelse Lundell machines werden in België ingevoerd door werkhuizen Leon Claeys uit Zedelgem.

Voor het hakselen had je natuurlijk ook afvoercombinaties van doen. Hier zien we de toch wel indrukwekkende zelfbouw silagekipper achter de in 1965 gekochte Massey Ferguson 175 Multi Power. Deze was een Engelse trekker en was destijds aangekocht bij André Pype.

De twee zonen van Antoon, Wilmar Vande Vyvere en Aurel Vande Vyvere poseerden midden jaren 60 maar wat al te graag bij de brute Vandezande trekker.

Het expliceren van een ongeval aan de verzekering in de jaren 60, bij gebrek aan richtingsaanwijzers.

Sedert 1966 zaaide -en rooide men ook bieten. Het zaaien gebeurde met een 8-rijïge Fähse zaaimachine achterop een Fordson Major.

De Fordson Major was aangekocht geweest bij Vandaele te Oostrozebeke en werd voorzien van een 6-cilinder motor. Hier mocht hij plaats nemen aan de Gallignani 150 F pers.

In 1969 verwelkomde men deze Clayson M 135 waar er een goed jaar later heel wat plannen waren voor voorzien…

Niet alleen een Clayson M 103 werd er in 1969 welkom geheten. Ook een eerste echte Ford trekker, een 5000 van zo’n 75-pk deed zijn intrede. Deze werd toen aangekocht bij Fonteyne uit Waasten.

Hij kon dan ook meteen de plaats innemen van de Fordson Major aan de 8-rijïge Fähse bietenzaaimachine.

Het rooien van bieten gebeurde aanvankelijk met één Stoll rooier, tot er in 1968 een tweede Stoll kwam. Hoewel het rooien oorspronkelijk maar als een nevenactiviteit was bedoeld. Het zaaien ervan gebeurde echter wel op grote schaal. Hier in 1969 zagen we de Ford 5000 plaats nemen voor de Stoll C-45 rooier.

Na de Lundell hakselaar kwam er ook in 1969 een Köla hakselaar op het bedrijf en deze kwam ook achter de Ford 5000 te staan.

Daarop volgde dan nog een New Holland 717 achter een Ford 5000. Hierna waren we ondertussen al in de jaren 70 aanbeland en verwelkomde men een hele resem aan zelfrijders. Met als eerste een tot zelfrijder omgebouwde 2-rijïge New Holland 880 en in 1974 de alom bekende New Holland 1880.

Het loonbedrijf Vande Vyvere was gevestigd recht tegenover de kerk van Zandvoorde, ook café t’Gildenhof en feestzaal Edelweiss waren in 1971 recht tegen over de deur. Anno 2018 is het loonbedrijf Vande Vyvere er niet meer, maar t’Gildenhof en Edelweiss zijn in Zandvoorde wel nog vaste waarden gebleven. Op deze foto zien we alle chauffeurs van de maaidorsers vloot die, die dag door de straten ging trekken.

In colonne werd er met maar liefst zeven maaidorsers achtereen naar de akkers van landbouwer Gabriël Delbeke uit Voormezele gereden. De Clayson M 135 nam de leiding op zes volgende Clayson M 103’s. Met volgende indrukwekkende plaatjes tot gevolg.

Enkele dagen later volgde wederom een hele colonne, ditmaal echter eentje van een zevental kleine balen persen.

In 1971 had men hier een grote Belgische primeur te pakken. De volgende generatie stond immers al klaar, met de zoon van Antoon, Aurel Vande Vyvere. Die maakte toen de gedurfde stap naar het mais dorsen. Zo werd hij het eerste bedrijf in België in 1971 dat mais wist te dorsen dit middels de Clayson M 135, die werd uitgerust met een 4-rijïge maisbek die ingevoerd werd uit de Verenigde Staten. De inspiratie om mais te gaan dorsen werd opgedaan in Frankrijk, eveneens om het maisgraan te gaan verwerken. Om het graan te gaan malen had men een, uit Frankrijk afkomstige, omgebouwde Multi Broie-Tout maalderij van doen.

De Clayson M 135 zijn tank aan het lossen in de graanblazer achter een zelfbouw Gardner 6-cilinder trekker hier aan het werk bij landbouwer Robert Mahieu. Deze werd nadien voorzien van grotere radiator om beter af te koelen.

De eerste omgebouwde Multi Broie-Tout maalderij aangedreven door de 6-cilinder Gardner Vandezande trekker in 1971.

Een Clayson M140 met een 3m 35 breed maaibord deed zijn intrede in 1972. De Clayson werd eveneens ook voorzien van een zelfbouw cabine.

De volgende zelf geconstrueerde maalderij in 1973.

De indrukwekkende loods te Zandvoorde in 1973. Deze werd gerealiseerd door betonfabriek Goudezeune uit Kemmel.

Aurel deed door de jaren heen heel wat ervaring op, wat dan ook de volledige overname van het bedrijf van zijn vader in 1976 in de hand werkte. Dit belichten we dan volop in het tweede deel van deze reeks. Deel 2